Wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met de introductie van de bevoegdheid tot het bevelen van een middelenonderzoek bij geweldplegers en enige daarmee samenhangende wijzigingen van de Wegenverkeerswet 1994
Dossier33799 - Wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met de introductie van de bevoegdheid tot het bevelen van een middelenonderzoek bij geweldplegers en enige daarmee samenhangende wijzigingen van de Wegenverkeerswet 1994
Advies Afdeling advisering Raad van State • 12 nov 2013
Advies Afdeling Advisering Raad van State over Wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met het terugdringen van geweld onder invloed van middelen
Wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met de introductie van de bevoegdheid tot het bevelen van een middelenonderzoek bij geweldplegers en enige daarmee samenhangende wijzigingen van de Wegenverkeerswet 1994
Advies Afdeling Advisering Raad van State over Wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met het terugdringen van geweld onder invloed van middelen
Amendement van het lid Helder waarmee het gebruik van alcohol en drugs als zelfstandige strafverzwaringsgrond wordt opgenomen in het Wetboek van Strafrecht
Amendement van het lid Van Toorenburg dat regelt dat opsporingsambtenaren in het belang van het onderzoek eveneens een aangehouden verdachte van een misdrijf als bedoeld in de artikelen 307, eerste lid, en 308, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht kunnen bevelen medewerking te verlenen aan een voorlopig middelenonderzoek
Gewijzigd amendement van het lid Helder ter vervanging van nr. 8 dat regelt dat het gebruik van alcohol en drugs als zelfstandige strafverzwaringsgrond wordt opgenomen in het Wetboek van strafrecht
Nader gewijzigd amendement van het lid Helder ter vervanging van nr. 10, dat regelt dat het gebruik van alcohol of drugs boven de bij algemene maatregel van bestuur gestelde grenswaarden als zelfstandige strafverzwaringsmaatregel wordt opgenomen in het Wetboek van strafrecht
Amendement van het lid Van Toorenburg ter vervanging van nr. 9, dat regelt dat opsporingsambtenaren in het belang van het onderzoek eveneens een aangehouden verdachte van een misdrijf als bedoeld in de artikelen 307, eerste lid, en 308, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht kunnen bevelen medewerking te verlenen aan een voorlopig middelenonderzoek