Voorstel van wet van het lid De Hoop tot wijziging van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en de Woningwet in verband met de bevriezing van de huren in 2025 en van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en andere fiscale wetten in verband met het vervallen van de vennootschapsbelastingplicht voor woningcorporaties en dekkingsmaatregelen daarvoor
Dossier36698 - Voorstel van wet van het lid De Hoop tot wijziging van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en de Woningwet in verband met de bevriezing van de huren in 2025 en van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en andere fiscale wetten in verband met het vervallen van de vennootschapsbelastingplicht voor woningcorporaties en dekkingsmaatregelen daarvoor
Voorstel van wet van het lid De Hoop tot wijziging van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en de Woningwet in verband met de bevriezing van de huren in 2025 en van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en andere fiscale wetten in verband met het vervallen van de vennootschapsbelastingplicht voor woningcorporaties en dekkingsmaatregelen daarvoor
De tijdelijke commissie besluit een adviestraject te starten voor het wetsvoorstel Voorstel van wet van het lid De Hoop tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en de Woningwet in verband met de bevriezing van de huren in 2025 (36698) gelet op het dictum en advies van de Raad van State. Dit besluit is onder voorbehoud van de verdere behandeling van het wetsvoorstel gelet op het besluit van de commissie VRO om een blanco verslag uit te brengen en het wetsvoorstel direct aan te melden voor plenaire behandeling.
Motie van het lid Grinwis c.s. over de impact van de ingrepen in de Voorjaarsnota voor de uitvoering van de Woontopafspraken en Nationale Afspraken in kaart brengen
Gewijzigde motie van de leden Beckerman en Stultiens over afzien van de door de coalitie voorgestelde wijzigingen van de Wet betaalbare huur (t.v.v. 36698-11)
De tijdelijke commissie besluit af te zien van het uitbrengen van een advies, gelet op het feit dat de plenaire behandeling van het wetsvoorstel is afgerond op 23 april 2025 en de stemmingen over het wetsvoorstel zijn voorzien op 24 april 2025.